|
Toepassingen van aardkundige kennis
|
Er is veel kennis beschikbaar over aardkunde in de vorm van kaarten en beschrijvingen;
maar wat kun je er mee doen? Hieronder staan enkele uitgewerkte toepassingen kort beschreven.
Waardering
|
Uit een inventarisatie van waardevolle natuur-en cultuurlandschappen in
Nederland in opdracht van het toenmalige Ministerie van CRM in 1972 de
Bolwerkkaart verschenen. Hierin zijn ook aardkundig waardevolle
gebieden opgenomen op basis van expert-judgement.
De pioneer op het vlak van de aardkundige waarden in Nederland
was G. Gonggrijp. De GEA-objecten van Gonggrijp vormden de eerste
landsdekkende inventarisatie van aardkundige waarden. Tussen 1978 en
1986 verscheen er voor iedere provincie een overzicht van de meest
waardevolle aardkundige gebieden en locaties, voorzien van een korte
omschrijving. Deze benadering was vooral gebaseerd op expertkennis. De
fraaie afrondende publicatie 'Nederland in vorm' uit 1989 gaf een
overzicht van waardevolle aardkundige gebieden in Nederland.
In 1997 verscheen de signaleringskaart. Deze kaart is
gebaseerd op een rekenkundige benadering door de criteria
kenmerkendheid en zeldzaamheid van een getalsmatige onderbouwing te
voorzien. Basis voor deze berekening was een 1 km x 1 km gridbestand
met gegevens over geomorfologische eenheden en een landschappelijke
geomorfologische indeling.
|
In 2000
verscheen de Basiskaart Aardkundige Waarden waarin de Signaleringskaart
verder was uitgewerkt en in een definitieve versie werd omgezet. Deze
kaart vormde een 'consensus' kaart waarbij provincies en
maatschappelijke groeperingen vertegenwoordigd in het Platform
Aardkundige Waarden mee hebben gedacht over de definitieve kaart.
Geen van deze kaarten heeft ooit de status van beleidskaart weten te verwerven, waardoor het reliëf in Nederland
vrijwel geen enkele vorm van directe bescherming kent. De grote en robuuste stuwwallen van de Veluwe en de heuvels
in Limburg zullen natuurlijk niet direct gevaar lopen. Anders is dit voor het microreliëf: de landschappen met
hoogteverschillen tot maximaal enkele meters.
Hiervan is al heel veel door aantastingen verdwenen zoals veel van het dekzandreliëf en de kreekruggen.
De digitale landsdekkende geomorfologische kaart van Nederland kan bijdragen aan een verdere onderbouwing van het
antwoord op de vraag waarom het reliëf belangrijk is in Nederland en waar dat dan precies ligt.
|

|

|
|
Toepassingen van aardkundige kennis
|
Beleving
|
De gebieden die zeer aantrekkelijk zijn voor recreatie en toerisme zijn
vaak ook gebieden met een kenmerkend reliëf, zoals de duinen, de
stuwwallen en het Limburgse heuvelland. Ook blijkt uit studies naar de
beleving van landschappen dat het voorkomen van reliëf een sterke,
positieve relatie heeft met de waardering. Aardkundige waarden vormen
verder de drager voor veel cultuurhistorische waarden zoals in het
rivierengebied waar de bewoningsassen samenvallen met oude stroomruggen
of oeverwallen. De diversiteit in grondsoorten en reliëf in Nederland
vormt ook nog eens de basis voor de biodiversiteit in ons kleine land.
Kortom, het reliëf is een zeer belangrijke factor in het soms ten
onrechte als 'vlak' bestempelde Nederland; zeker omdat uit de
geomorfologische kaart blijkt dat minder dan 50% echt helemaal vlak is.
|
Dat het reliëf
een belangrijke factor is in de beleving van mensen van het landschap
blijkt ook uit een studie naar de beleving van aardkundige waarden
(Coeterier et al, 2001). In twee studiegebieden, Oost Zeeuws-Vlaanderen
en de Westelijke Maasoever bij Venlo, is nagegaan hoe mensen de
terreinvormen en de bijbehorende processen beleven. Het bleek dat
mensen aardkundige fenomenen in een landschap waarderen. Het geven van
informatie over de ontstaanswijze van een terreinvorm bleek vrijwel
geen invloed te hebben op de beleving.
Naast het direct bevragen van mensen naar hun beleving van het
landschap (en aardkunde) is er ook een landsdekkend BelevingsGIS
beschikbaar. Ook hierin speelt het reliëf een positieve rol in de
beleving van landschappen (Roos Klein-Lankhorst et al, 2005).
|
|
Toepassingen van aardkundige kennis
|
Monitoring
|
| Monitoring van
landschap zal een steeds belangrijkere plaats innemen in de toekomst.
Gezien de verdergaande Europese regelgeving zullen uitgaven van het
rijk op het terrein van landschap en natuur verantwoord moeten kunnen
worden. De enige manier om dit te kunnen doen is om aantoonbaar te
maken dat uitgaven ook daadwerkelijk tot behoud of versterking van de
landschappelijke kwaliteiten hebben geleid. Een van die kwaliteiten
wordt gevormd door het reliëf; al dan niet aangemerkt als bijzondere
aardkundige waarde.
|
De
Geomorfologische Kaart biedt samen met het AHN een goede basis om het
reliëf in Nederland te monitoren. Uit eerdere inventarisaties bleek dat
meer dan 25% van het natuurlijke reliëf in Nederland is verdwenen
(Koomen, 1997). Gezien de sterke ruimtelijke ontwikkeling van Nederland
in de jaren negentig in de vorm van nieuwe woonwijken,
bedrijventerreinen, infrastructuur en in mindere mate ook
natuurontwikkeling, zal dit intussen aanzienlijk hoger liggen. Uit de
studie Steekproef Landschap dat in 2003 en 2004 is uitgevoerd in
opdracht van het Natuurplanbureau blijkt dat dit getal inmiddels
richting de 40% gaat (Koomen et. al., 2004)
|
|
Toepassingen van aardkundige kennis
|
Geo-archeologie
|
| Bij het
aanscherpen van archeologische verwachtingenkaarten kan een
gedetailleerde geomorfologische kaart een belangrijke rol spelen.
Voorbeeld hiervan is de verwachtingenkaart van de gemeente Bergh. De
centraal in deze gemeente gelegen stuwwal is op de huidige
verwachtingenkaart in zijn geheel als potentieel waardevol
archeologisch gebied aangegeven. Het AHN en de daaruit opgestelde
gedetailleerde geomorfologische kaart laten, in combinatie met
bodemkundige gegevens, zien dat het veel eerder gaat om een beperkt
aantal specifiek aan te wijzen gebieden. Hiermee kan archeologisch
veldonderzoek veel gerichter plaatsvinden, waardoor investeringen meer
effectief ingezet kunnen worden.
|
Het concept van
de gaafheidkaart is onderzocht in een pilotstudy in samenwerking met de
Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) in twee
studiegebieden. Over de bevindingen is een rapport verschenen over
mogelijkheden en haalbaarheid van een gaafheidkaart op basis van
geomorfologie, bodemkunde en archeologische informatie (Koomen &
Exaltus, 2003).
Ook voor de gemeente Lingewaal is een dergelijke gaafheidskaart
opgesteld (Weijschede et al, 2006).
|
|
Toepassingen van aardkundige kennis
|
Planvorming
|
|
Ook bij inrichtings- en planningsvraagstukken kan de Geomorfologische Kaart een belangrijke rol spelen.
Tot nu toe is dit te beperkt het geval. De ambitie moet zijn om het reliëf bij alle ontwikkelingen in het
landschap mee te nemen in de afweging. De kaart kan een nuttig hulpmiddel zijn om te bepalen waar belangrijke
reliëfelementen liggen of waar potenties voor natuurontwikkeling qua ondergrond en reliëf van nature aanwezig zijn.
Bij de aanleg van woonwijken is het natuurlijk niet noodzakelijk dat al het reliëf onder een dikke laag zand verdwijnt.
|
Een beekdal kan ook een slingerende groene strook of natuurlijk park vormen in een nieuwe wijk.
En een dekzandrug kan prima benut worden om een nieuwe weg door de woonwijk te dragen. Het landschap blijft
dan enigszins herkenbaar en enkele van zijn belangrijke karakteristieken blijven behouden. Op deze manier kan
het reliëf de voortgaande verstedelijking van Nederland volgens het concept van behoud door ontwikkeling een
meerwaarde geven. Voorbeelden van hoe dit soort ideeën in de praktijk kunnen worden gerealiseerd zijn te
vinden in Boogert (1995).
|
|
Toepassingen van aardkundige kennis
|
Onderwijs en educatie
|
|
De geomorfologische kaart wordt ook breed gebruikt in het onderwijs.
De kaart geeft een goede indruk van de landschappelijke opbouw en de patronen die er voorkomen en is
daarmee een eerste ingang om de hoofdlijnen van het landschap te begrijpen
|
Een hulpmiddel bij onderwijs en educatie kan bestaan uit 3-D visualisatietechnieken.
Wanneer gedetailleerde hoogte-informatie uit het AHN gecombineerd wordt met de geomorfologische kaart
kunnen 3-D beelden gegenereerd worden zoals in het onderstaande figuur als voorbeeld weergegeven.
|
3-D visualisatie van het AHN in combinatie met de geomorfologische kaart voor de
stuwwal in de omgeving van Ermelo en Garderen
|
Dit is een
statisch beeld maar de mogelijkheden om dit type beelden interactief te
bekijken zijn voorhanden. Niet alleen in-en uitzoomen is mogelijk; ook
het 'draaien' van het gebied om het vanuit het gewenste oblique
gezichtspunt te kunnen overzien is een optie. Ook kan er over en door
het gebied heen worden gevlogen. Aanvullende mogelijkheden zoals het
toevoegen van of combineren met andere kaartlagen (topografie,
luchtfoto, etc.) behoren tot de opties. Behalve een fraaie illustratie
biedt de 3-D visualisatie toepassingen voor onderzoek, onderwijs en
educatie.
Voor het onderzoek geeft de 3-D visualisatie mogelijkheden om
vormen en patronen vanuit allerlei verschillende hoeken te kunnen
bestuderen. Hierdoor kunnen vormen waargenomen worden die met een
traditionele kartering nog niet goed zichtbaar waren.
|
Binnen het onderwijs zal de 3-D visualisatie een hulpmiddel kunnen zijn om uit te leggen hoe het landschap in elkaar zit.
Moeilijke begrippen zoals opeenvolgende terrasniveaus, stuwwalplateaus of bekkens kunnen met een 3-D visualisatie
duidelijk worden.
Ook voor educatie kan de 3-D visualisatie een interessant hulpmiddel zijn.
Terreinbeheerders kunnen het publiek in reliëfrijke terreinen eenvoudig laten zien waar de landschapsvormen
liggen en hoe deze eruit zien. Recreatieve routes voor wandelen of fietsen kunnen ingetekend worden zodat
het publiek het reliëf niet alleen kan beleven maar ook beter begrijpen.
|
|
Toepassingen van aardkundige kennis
|
Onderzoek
|
Sinds de geomorfologische kaart landsdekkend en digitaal beschikbaar is
wordt gewerkt aan het verder actualiseren en detailleren van het
bestand. Deze werkzaamheden vinden plaats in lopende projecten en
beslaan relatief kleine gebieden van Nederland. Op termijn zal deze
groeiende lappendeken het grootste deel van Nederland gaan voorzien van
een sterk verbeterde versie van de kaart.
|
Het
interessante van de verbetering van de kaart is dat inzicht in de
vormen en patronen een vernieuwende en verdiepende bijdrage levert aan
bestaande opvattingen over het ontstaan van het reliëf in Nederland.
Daarmee leveren de actuele en gedetailleerde kaartbeelden weer
informatie op voor het onderzoek.
De stuifzandgebieden op de Veluwe vormen hierbij een mooi
voorbeeld. Het blijkt dat alle stuifzanden aan ronde tot ovale vorm
hebben zoals ook al eerder beschreven is door Koster (1978). Nieuw is
echter het inzicht dat er een duidelijke interne structuur zichtbaar is
binnen de stuifzandgebieden (Koomen et al, 2004). Deze waarneming doet
vermoeden dat de ontwikkeling van de stuifzanden veel meer dan tot nu
toe werd aangenomen een natuurlijk geomorfologisch proces is geweest.
|
Bovenstaande figuur toont een AHN beeld van het Harskampsche Zand.
Uit het kaartje en het bijbehorende dwarsprofiel is op te maken dat er
drie verschillende zones in het stuifzand zijn te herkennen. De zone
aangeduid met 1 is een zone met lage duintjes op korte afstand van
elkaar; zone 2 laat hogere en grotere duinvormen zien die van elkaar
gescheiden zijn door stuifvlakten en in de laatste zone (3) zijn hoge
duinvormen te zien met daartussen brede stuifvlakten.
|