Aardkunde in beeld


De geschiedenis van de geomorfologische kaart

De landelijke kartering van de geomorfologie van Nederland gaat terug tot het begin van de jaren '60. In deze periode van bijna 40 jaar karteren hebben zich vele ontwikkelingen en gebeurtenissen voorgedaan. De geschiedenis van dit bijzondere project dat ertoe heeft geleid dat Nederland het eerste en voorlopig ook het enige land is met een gedetailleerde, digitale en landsdekkende kaart van de geomorfologie, wordt hieronder kort beschreven.

Geschiedenis van het fenomeen 'geomorfologische kaart'

De eerste referenties in de literatuur waarin sprake is van geomorfologie en/of geomorfologische kaarten stammen uit 1912 en 1914 en zijn beiden afkomstig van S. Passarge. In zijn publicatie uit 1914 wordt voor het eerste een ontwerp voor een geomorfologische kaart gepresenteerd. Geologische kaarten bestonden al ruim 100 jaar en de publicaties van Passarge resulteerden pas in Nederland tot enig effect in 1934 toen de eerste geomorfologische studie verscheen over de kustduinen (Van Dieren, 1934). Hoe de ontwikkeling daarna is voortgegaan staat in de volgende paragraaf beschreven.

Informatie over reliëf was al geruime tijd voor het begin van de 20e eeuw onderdeel van topografische kaarten.
Neem bijvoorbeeld de topografische kaarten van rond 1850. Reliëfelementen staan aangegeven met schrapjes en hellinglijnen. Het is echter nog lang geen geomorfologische kaart. Het reliëf werd op deze kaarten niet nauwgezet ingetekend maar veelal globaal met symbolen ingetekend. Ook is het zo dat een topografische kaart uit een bepaald jaar ergens het reliëf heeft opgenomen terwijl dat in een volgende versie niet meer terug te vinden is. Het kan natuurlijk zo zijn dat het specifieke element is verdwenen, maar als het element op een volgende versie weer op de kaart staat dan mogen we aannemen dat het gaat om een omissie van de kant van de karteerder.

Waarom is men overgegaan tot het maken van geomorfologische kaarten? Er bestonden immers al geologische kaarten en bodemkaarten? In feite vult de geomorfologische kaart de ontbrekende schakel tussen geologische en bodemkundige kaarten; de geologie geeft informatie over de afzettingen aan het oppervlak en de gelaagdheid van de afzettingen, terwijl de bodem de toplaag direct onder het maaiveld beschrijft. Beide geven geen informatie over het reliëf in combinatie met de genese; dat is precies wat de geomorfologische kaart wel doet.


Een chronologisch overzicht

In de totstandkoming van de geomorfologische kaart van Nederland zijn diverse mijlpalen traceerbaar; hieronder volgt een chronologisch overzicht van de meest belangrijke perioden en jaartallen. Het begint ongeveer 100 jaar nadat de eerste geologische kaarten zijn verschenen:

1912 Artikel van de hand van S. Passarge over 'Physiologische Morphologie' in 'Mitteilungen der Geographischen Gesellschaft in Hamburg (Bd. 26, Heft 2)' het eerste traceerbare artikel over geomorfologie.

1914 Van de hand van dezelfde auteur (Passarge, 1914) verschijnt een eerste ontwerp van een geomorfologische kaart.

1934 Verschijnen van de eerste Nederlandse geomorfologische publicatie van Van Dieren over de kustduinen.

1936-1961 Diverse studies naar de geomorfologische opbouw van het rivierengebied, inversieruggen, terrassen, droge dalen, dekzanden en landduinen.

1951 De eerste landsdekkende geomorfologische overzichtskaart 1: 500,000 verschijnt van de hand van J.B.L. Hol.

1966 Op voorstel van Maarleveld wordt door de STIBOKA (later Staring Centrum en nu Alterra) in Wageningen en de Rijks Geologische Dienst (nu TNO-NITG te Utrecht) te Haarlem gezamenlijk besloten tot een systematische kartering van de geomorfologie van Nederland op schaal 1 : 50 000 met de motivering dat de geomorfologische kaart de opnamen voor de bodemkaart en de geologische kaart aanzienlijk zouden vergemakkelijken.

1966-1970 Opname van een serie kaartbladen met een voorlopige legenda. Met het verschijnen van de eerste proefbladen bleek er een veel bredere belangstelling voor de geomorfologische kaart te bestaan dan alleen bij de STIBOKA en de RGD. Dit was de aanleiding voor het besluit gedrukte kaartbladen uit te geven (ten Cate & Maarleveld, 1977).

1971-1974 Vaststelling definitieve legenda voor de 1 : 50 000 kartering.

1975 De eerste twee geomorfologische kaartbladen (blad 31 Utrecht en blad 32 Amersfoort) verschijnen in druk. Ook de landsdekkende legenda verschijnt in druk.

1977 Verschijning van de algemene toelichting op de geomorfologische kaart van Nederland (beschrijving plus legenda) door ten Cate & Maarleveld.

1975-1993 In de loop der jaren verschijnen vele kaartbladen; begin jaren '90 is ongeveer tweederde van Nederland in kaart gebracht en grotendeels in druk verschenen.

1993 Het besluit valt om te stoppen met de geomorfologische kartering van Nederland. Er wordt een begin gemaakt met het werken aan toepassingen van geomorfologische kaarten.

1997 Vanuit het Ministerie van LNV wordt gewerkt aan de opbouw van een landelijk monitorsysteem voor landschap. Binnen dit Meetnet Landschap vormt de aardkunde meetdoel 4. De bedoeling is om de digitale geomorfologische kaart van Nederland landsdekkend in het Meetnet Landschap op te nemen als nulmeting voor de monitoring van meetdoel 4. Een voorstudie naar de haalbaarheid van een landsdekkend bestand wordt uitgevoerd aan de hand van het digitaliseren van een 12-tal proefgebieden verspreid over Nederland.

1998-2003 In een serie projecten wordt gebouwd aan een landsdekkend en digitaal bestand. LNV, maar ook 5 provincies en Rijkswaterstaat participeren in het project. Ook is er een belangrijke bijdrage vanuit het Eurregio-project Rijn-Waal-Maas waarin door middel van een samenwerking met adviesbureau Nieuwland een 10-tal kaartbladen digitaal beschikbaar komen.

2003 Het eerste digitale en landsdekkende bestand van de geomorfologische kaart van Nederland op schaal 1: 50 000 wordt, tijdens een symposium over de GKN en de toepassingen, aangeboden aan de heer mr. S. Raaphorst, directeur van de Directie Natuurbeheer van het Ministerie van LNV.