|
Aardkunde
|
waar hebben we het over?
|
De aardkunde bestudeert de bovenste meters van de aarde en de vormen en patronen die aan het oppervlak zichtbaar zijn.
Vooral de vormen aan het oppervlak zijn mede het decor van ons landschap. Door de
eeuwen heen voorzien deze bovenste meters de aarde in een aantal basisbehoeften van plant, dier en mens.
Denk aan de beschikbaarheid van delfstoffen als zand en klei. Het gevaar van overstromingen door
stijgende zeespiegels en periodiek overvloedig
rivierwater in de delta, de risico's van aardbevingen en bodemdaling.
Een grondige kennis van aardkundige processen, patronen en elementen, maakt dat mensen beter en
bewuster kunnen bijdragen aan stabiliteit en veiligheid in hun landschap, hun bodem en ondergrond.
|
Vraag mensen naar hun favoriete landschap. Dan oogsten gevarieerde landschappen de meeste waardering.
De kracht van de processen van wind, water, ijs en bodembewegingen spreken tot ieders verbeelding.
Denk daarbij aan het kustlandschap met de invloed van de zee en de afwisseling van zee-strand-duinen
of het waddengebied, het reliëfrijke Limburgse heuvelland met de fraaie panorama's, de zandlandschappen met stuwwallen,
welvend dekzand met de open heidevelden, zandverstuivingen, rivier- en beekdalen. Of denk aan het Hollandse
laagland met rivieren, veenweide en polders.
|
|
Aardkunde
|
waarom van belang?
|
Wie behoud en verbetering van de kwaliteit van het landschap nastreeft, kan niet om de aardkundige waarden heen. Elk natuurlijk landschap is het resultaat van een samenspel van klimaat, geologie, reliëf, bodem, water, vegetatie, dier en de mens. Samen bepalen zij de leefomstandigheden en geven vorm aan ecologische gradiënten van droog naar nat, zoet en zout en van voedselarm naar voedselrijk. Deze afwisseling, die wel met de term geodiversiteit wordt aangeduid, is de basis voor de verscheidenheid en identiteit van landschappen en daarmee ook voor de biodiversiteit.
Aanvankelijk benutte de mens de aardkundige omstandigheden. Dit beïnvloedde sterk de ontginningsgeschiedenis van ons land. Oeverwallen, strandwallen en kwelderwallen bepaalden door hun hogere ligging de plek waar mensen zich vestigden in laag Nederland. Veenontginningen hebben vaak een verkaveling in lange smalle stroken vanaf de ontginningsbasis op vastere en drogere gronden. De zogenaamde eerdgronden van het traditionele esdorpenlandschap zijn nauw verbonden met de potstalcultuur van de heidevelden en liggen vrijwel zonder uitzondering op hogere dekzandruggen en plateaus.
|
Door de eeuwen heen is Nederland een cultuurlandschap geworden. In de afgelopen 150 jaar probeerden we onze leefomgeving meer en meer naar onze hand te zetten. De technische vooruitgang, onze toenemende welvaart en de bevolkingsgroei leidden tot verstedelijking en rationalisering van het landgebruik. Het aanzien van Nederland veranderde hierdoor drastisch. De maakbaarheid lijkt grenzeloos. Op grote schaal werd de natuurlijke band tussen aardkundige kwaliteiten en de inrichting van het landschap losser. Vanaf de jaren '60 van de 20e eeuw spelen de aardkundige omstandigheden veelal een ondergeschikte rol bij veranderingen in het landschap. Dit maakt het landschap op veel plaatsen minder leesbaar en de condities die aardkundige kwaliteiten stellen minder vanzelfsprekend. Door de grotere technische mogelijkheden gaat dat meestal goed, maar soms blijken de omgevingsfactoren toch belangrijk te zijn.
Voorbeelden hiervan zijn de waterrijke kelders in sommige Vinex-wijken of de doorbraak in 2003 van de op veen gefundeerde dijken in Wilnis. Wat moet men denken van de voortgaande bodemdaling in veengebieden of de verdroging van natuur en landbouwgebieden? Hierin ligt dan ook het antwoord besloten op de vraag 'Waarom aardkundige waarden'? Het zijn de fundamentele bouwstenen van ons landschap. Zij vormen een kernkwaliteit van natuur, bos en landschap.
|
|
Aardkunde
|
de uitdaging!
|
De vraag is hoe we aardkundige waarden in de toekomst zichtbaar houden en vroegtijdig betrekken bij ons denken en doen.
Hoe geven we het landschap de gelegenheid ook in de toekomst het eigen verhaal te vertellen?
In de afgelopen decennia is de roep om kwaliteitsverbetering van natuur en
landschap in Nederland steeds luider geworden. Het regeringsbeleid in 'Natuur voor mensen, mensen voor natuur'
verwoordt dit als volgt:
'We willen een mooi land om in te wonen en te werken'
De geschiedenis van het onstaan van het landschap (cultuurhistorie en aardkundige waarden) rekent men tot de kwaliteit van natuur en landschap. Dit betekent een goede bescherming van karakteristieke gebieden en een duurzaam gebruik van de ruimte. De Nota Ruimte trekt deze lijn door met het accent op de ruimtelijke hoofdstructuur als het gaat om de rijksverantwoordelijkheid. Daar buiten zijn andere overheden primair verantwoordelijk en ondersteunt het rijk daar waar het nodig is.
Ook organisaties voor natuurbeheer zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de Landschappen krijgen meer en meer aandacht voor de aardkundige waarden in Nederland. Samen met maatschappelijke organisaties presenteerden zij in 2005 een landschapsmanifest. Binnen de recreatieve sector is hetzelfde het geval. Breed leeft het besef dat aardkundige waarden in samenhang met cultuurhistorie van grote betekenis zijn voor de samenleving. Het Europese Landschapsverdrag van de Raad voor Europa pleit voor het behoud en de ontwikkeling van de verschillende Europese cultuurlandschappen. In de Europese Unie wordt ook gewerkt aan een Europese bodemstrategie. Het Europees Manifest 'Earth Heritage en Geodiversity' uit 2004 roept op tot een beleid voor geodiversiteit en behoud van het aardkundig erfgoed. De Europese commissie gaf aan 'Geoheritage' mee te nemen in de EU bodemstrategie.
|
Het Nederlandse landschap blijft zich ontwikkelen. De Nota Ruimte voorziet verdergaande verstedelijking met naar schatting een uitbreiding van 25.000 hectare aan stedelijk gebied en de realisatie van 250.000 hectare aan natuurgebied/EHS in de komende jaren. Voor ruwweg 800.000 ha landelijk gebied wordt het concept van Nationaal Landschap uitgewerkt. Men werkt aan een leefbaar platteland met duurzame kwaliteit.
Landschappelijke ingrepen met effecten op aardkunde hebben vooral betrekking op verstedelijking, landinrichting, reconstructie, waterbeheer, infrastructuur en recreatie. Deze ontwikkelingen zijn niet alleen bedreigingen voor het landschap en de aardkundige waarden. Zij bieden ook kansen om aardkundige verschijnselen zinvol te benutten en te ontwikkelen als identiteitsdragers van een plek of regio.
Dit neemt niet weg dat er wel degelijk bedreigingen zijn. Uit onderzoek blijkt dat bijna 40% van het oorspronkelijke reliëf in Nederland geheel of gedeeltelijk is verdwenen. De snelheid van de aantasting van landschappelijke waarden is zorgwekkend. Er verdwijnt gemiddeld in Nederland elke tien jaar drie hectare waardevol reliëf per 100 hectare landelijk gebied als gevolg van bebouwing, natuurontwikkeling en landbouw.
Inpassing van waardevol reliëf in programma's voor ruimtelijke inrichting en beheer is een belangrijke uitdaging voor de toekomst. Dit vereist een evenwicht tussen economische kracht en behoud van de kwaliteit van ons leefmilieu. De uitdaging is om elementen en patronen uit het verleden op een duurzame wijze in te passen in nieuwe ontwikkelingen: Behoud door ontwikkeling. De middelen hiervoor zijn zorgvuldige planvorming, goed opdrachtgeverschap en een goede invulling van de ruimtelijke kwaliteit. Het is van belang dat aardkundige waarden als kernkwaliteiten een passende plaats krijgen bij de uitwerking van het vigerende beleid. Kennis en de doorwerking van de kennis speelt daarbij een cruciale rol.
|